Hoe een wild, dramatisch, zwaar serieus boek helpt een licht, kalm, ironisch boek te begrijpen.
Ik bezocht eens een interview met Hanya Yanagihara in de Stadsschouwburg van Amsterdam. De aanleiding was het toneelstuk van haar boek Een klein leven. Op een gegeven moment maakte ze een opmerking, die me deze week weer in het hoofd schoot. Het interview was jaren geleden, ergens voor corona.
Ze zei dat ze een boek wilde schrijven over werk. Dat schoot me te binnen, omdat ik Het archief aan het doornemen was. Ik bereidde een leesclub voor over die roman van Thomas Heerma van Voss en ik onderzocht de thema’s. Waar gaat dit boek eigenlijk over? Bij deze licht vertelde, overzichtelijke roman is dat niet zo duidelijk, grappig genoeg. Er zitten veel gedachten en thema’s in, maar ze dringen zich niet meteen aan je op. Dat vind ik een pluspunt aan een boek. Het zet de lezer aan het denken.
Een van de thema’s die ik opschreef was ‘werk als “substituut” voor het leven.’ Pierre Rosenau, de hoofdpersoon van Het archief, gebruikt zijn baan als redacteur van een literair tijdschrift om afstand te nemen van vragen in het leven als ‘welke kant wil ik op?’ maar ook om ingewikkelde vragen over de band met zijn vader te stellen. Welke dertiger laat zich nog naar zijn voetbalwedstrijden rijden door zijn vader? Vluchten in werk deed de vader van Pierre ook. Vrijwel tot aan zijn dood verkeert zijn vader nog in een ‘werkmodus’. Hij zit dagelijks achter zijn bureau, volgt het nieuws, formuleert meningen en dirigeert mensen. Om hem heen stapelen oude papieren zich op, oude kranten, agenda’s, notulen… het gaat decennia terug en tot zijn einde mag er niets verplaatst worden. De illusie van werk, het werkzame leven als paradijs, moet koste van het kost in stand gehouden worden.
En toen dacht ik ineens aan Yanagihara. In mijn herinnering zei ze dat ze vond dat er zo weinig romans over werk waren geschreven. Daarover mijmerde ik. IN Nederland wordt veel over werk geschreven, vond ik. Denk aan Het bureau van Voskuil, maar ook aan Lijmen/Het Been van Elsschot, boeken die bij uitstek gaan over werk. Toen ik er verder over nadacht bedacht ik me ook een aantal Engelstalige romans die een belangrijke werk-component hebben. Met name schiet me nu een roman/memoir van Mary McCarthy binnen, waarvan ik de titel niet paraat heb.
Toen ik mijn laptop openklapte om dit te typen realiseerde ik me ineens dat mijn herinnering over Yanagihara niet precies klopte. Haar uitspraak was anders. De aanleiding was een vraag van de interviewer over de bewerking van haar boek. Ze zei toen dat ze het werk van de hoofdpersoon miste in de bewerking. Voor haar was het werk van de hoofdpersoon belangrijk voor de karaktervorming in het verhaal.
Ik kan me dat voorstellen. Wat er ook gebeurt met de hoofdpersoon in het boek (ik noem zijn naam niet, want mocht je niets over het boek weten en gehoord hebben dan wil ik je zo min mogelijk spoilen. Het zelf ontdekken wie de uiteindelijke hoofdpersoon is, droeg bij aan mijn waardering voor de roman) zijn werk staat daar los van. Daar is hij succesvol en steeds op zijn plek. Ookal staat het werk los van zijn leven, desondanks is het een integraal deel van zijn identiteit. Dat verwaarlozen simplificeert de gelaagdheid van zijn personage.
Net zo is de importantie van hun werk voor vader en zoon Rosenau een intergraal onderdeel van hun leven, terwijl ze ook uit dat leven vluchten door hun werk. Misschien staan daarom juist zowel het werk als de relatie met de vader centraal in Het archief van Thomas Heerma van Voss.
