‘Aha! Dus dát zit in jouw leesprofiel!’ zegt een van de cursisten bij DIEP LEZEN in Nijmegen. De hele tafel, inclusief ikzelf, lacht erom. Hij heeft net geconstateerd dat ik titels in mijn leesprofiel heb die niemand, althans hij niet, van mij had verwacht.
‘[I]n literature, as nearly everywhere, “good” is not an autonomous category: it is defined by its distinction from “bad.” What’s more, in order to write a good book, a writer must read a great deal of pulp -otherwise he won’t be able to develop the necessary criteria.’
Dat schrijft de Russische dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Joseph Brodsky in ‘How to read a book’ (1988, hier uit: On Grief and Reason, 1995). Ik durf dit wel te extrapoleren naar lezen. Je moet een flinke hoeveelheid pulp lezen om criteria te ontwikkelen om goed van slecht te onderscheiden. Daarom heb ik er geen bezwaar tegen als kinderen bergen Waanzinnige boomhut lezen, of andere boeken die hun ouders beschouwen als pulp. Helemaal geen bezwaar? Nou… mijn mening ligt wat genuanceerder, maar voor nu is dit genoeg.
Grote hoeveelheden pulp heb ik gelezen als kind en jongvolwassene. Sommige mensen vinden misschien dat ik dat nog steeds doe. Bijna de helft van de boeken die ik lees valt onder het detective- en cosy mystery-genre. Ik heb standaarden voor detectives, ook binnen dit genre zijn er goede en slechte, maar p zoek naar goeie lees ik ook heel veel slechte. (Een goeie, maar niet zozeer vanwege de misdaad: Unto us a son is given van Donna Leon, een slechte: Murder on Lake Garda van Tom Hindle)
Maar goed.
We lezen een fragment tijdens de cursus en ik vraag aan de cursisten wat hun erin opvalt. Ik gebruik het fragment al jaren, elke keer valt het me op dat maar weinig cursisten opmerken hoe de auteur hier het centrale thema van het boek introduceert. De Nijmeegse groep is anders. Eén van de cursisten zegt: ‘Ik lees hier erotische spanning in.’ Ja! Een deel van de groep gaat met haar mee. Een ander deel niet. Ik bevestig het vermoeden van de vrouw die de erotische spanning als eerste benoemt. ‘Maar hoe weet je dat dan?’ vraagt een andere cursist. We benoemen een paar signalerende verwoordingen in het fragment dat we lezen. ‘Ja,’ zeg ik vervolgens, ‘ik heb veel Bouquetreeksen gelezen vroeger, daar ken ik dit soort zinswendingen van.’
‘Ik ook!’ zegt de eerste opmerker.
‘Aha!’ zegt dan de cursist, die ik citeerde aan het begin: ‘Dus dat zit in jouw leesprofiel!’
Ik beken. Ik haal mijn veronderstelde leeskennis helemaal niet primair uit het jarenlang doorploegen van zware klassiekers en diep literaire werken. Ik haal mijn inzichten uit mijn onstelpbare leeshonger en mijn koppige wens tot leesplezier. En dus ook uit heel veel pulp. Gelukkig kon ik er een citaat van een Nobelprijswinnaar bij vinden om mijn gedrag toch een hoogstaand literair tintje te geven. 😉
