Lot
over Boeken

Pijpelijntjes herlezen

Foto van mijn oude huis in De Pijp

Vorige week schreef ik dit op de Meta-kanalen:

Het is deze maand Jacob Israël de Haan-maand, daar kwam ik gisteren achter. Honderd jaar geleden werd deze schrijver/dichter vermoord. 120 Jaar geleden verscheen Pijpelijntjes, zijn roman die openlijk over homoliefde gaat. De eerste in de Nederlandse literatuur.
Voor mij is dit boek op veel manieren belangrijk, bijvoorbeeld omdat het over de buurt gaat waar ik opgroeide.
Een goed moment om dit boek te herlezen. Ik ga er de hele maand over doen. Op mijn site, instagram en hier zal ik verslag doen.
Hier zie je foto’s van mijn exemplaar, met foto’s uit kranten die ik er ooit in heb geplakt. Het rode stempel is mijn naam in het Chinees, mijn ex libris.
Ik ben nu op bladzijde 40. Meelezen? Stuur me een berichtje.

Na een week, ik ben nu op bladzijde 80, is dit mijn eerste associatie:
De Haan is onder andere bekend vanwege zijn kwatrijnen, waaronder de volgende.

Die te Amsterdam vaak zei ‘Jeruzalem’
En naar Jeruzalem gedreven kwam, 
Hij zegt met een mijmrende stem 
‘Amsterdam, Amsterdam.’

Herkenbaar gevoel. 

Laatst liep ik door de Pijp, waar de belangrijkste personages uit Pijpelijntjes, samenwonen. Ik groeide er op, in een huis dat doet denken aan het huis uit het boek. Sam en Joop wonen op een kamertje bij Juffrouw Meks, die een beletage en souterrain (vermoed ik) huurt van Juffrouw Bramer, de buurvrouw. In het huis wonen naast Sam, Joop en Meks ook nog 3 kinderen van Meks en dan wordt er nog een kamertje verhuurt. Ondanks de huidige woningnood is zo dicht op elkaar wonen haast niet meer voor te stellen. 

Toen ik als jonge tiener in aanraking kwam met Pijpelijntjes kon ik het me goed voorstellen. Niet omdat ik zo krap woonde, ik woonde met mijn moeder op een ruime etage op 3 hoog in de Rustenburgerstraat. We hadden met zijn tweeën een kamer en suite, een ruime keuken en 3 slaapkamers. De indeling was alleen onhandig. Alle kamers waren geschakeld. Om bij mijn kamer te komen moest ik door de woonkamer, de keuken en mijn moeders slaapkamer. Dat kwam doordat de etage vroeger 4 voordeuren had aan het gezamenlijke trappenhuis. Al die deuren, al die toegangen, hadden in de tijd van Pijpelijntjes verschillende bewoners. Het trappenhuis was als het ware de gang. Wij gebruikten één deur als voordeur, maar alle vier zaten ze er nog. De deur het dichtstbij de trap was dicht, daarachter was ons badkamertje gemaakt. Naast de deur, nog zichtbaar op de gang, was een overgeschilderd naambordje. ‘Tum’ stond erop. Die deur gaf toegang tot het achterhuis. In onze tijd: de badkamer, keuken, en onze slaapkamers. 

Beide delen van de kamer en suite hadden een eigen deur naar het trappenhuis en dan was er nog een deur naar een kleine kamer waarin alleen een bed en een kast pasten, een dienstbodekamertje wellicht. 

Voordat ik Pijpelijntjes leerde kennen, waren die deuren een abstract raadsel voor me. Door Pijpelijntjes kwamen de deuren en de mensen uit het verleden tot leven. 

En andersom geldt het ook. Als ik Pijpelijntjes lees wonen Sam en Joop in “mijn” woonkamer. De kippen en hond van Juffrouw Meks wonen in de donkere diepe achtertuin waarop we uitkeken. Ik hoor hoe de stem van Meks binnengalmt als Joop zit te werken met het raam open. Het boek van De Haan, met zijn mooie taalgebruik om geluid, licht en sfeer te beschrijven, verdiept de herinneringen die ik heb aan dat huis in De Pijp. Toen ik er opgroeide wilde ik graag weg uit de Pijp, ik ging in Groningen studeren. Maar met Pijpelijntjes op mijn schoot mijmer ik: De Pijp, De Pijp…

(De foto is van mijn ouderlijk huis in De Pijp in 1996)