Lot
over Boeken

Over aantekeningen en romantische schrijfopvattingen

verzet van Chris Keulemans

Anderhalve week geleden rondde ik de cursus in Oegstgeest af. De groep was enthousiast en leergierig, elke avond bruiste het, ookal knarsten de hersenen. Eén vraag kwam steeds terug: haal jij al deze elementen eruit in één keer lezen? Naar aanleiding daarvan schreef ik een stukje over lezen, aantekeningen en terugvinden wat je bedacht.

Haal ik alle analyse uit één keer lezen? Ja en nee. Ik ben een hyperbewuste lezer, dat heb ik me gerealiseerd in 12 jaar leesclubs begeleiden. Het is mijn talent. Ik roep al meer dan 20 jaar dat het enige dat ik goed kan begrijpend lezen is. Daarnaast train ik dit talent al jaren, zeker sinds het begin van het ontwikkelen van de DIEP LEZEN cursus. Ik maak steeds meer aantekeningen in mijn boeken, meer dan ooit vallen me de kleinste veranderingen in toon, perspectief, vertelwijze op. In de loop van de tijd is daardoor mijn mening over boeken genuanceerder geworden, gelaagder, uitgebreider. Ik kan steeds beter vertellen wat er mooi is aan een boek. En dat gaven de deelnemers van de cursus in Oegstgeest mij ook aan: ze kunnen nu beter zeggen waarom ze een boek mooi vinden. Of niet mooi. 

Tegelijkertijd vallen me bij herlezing altijd nieuwe dingen op. Nog erger: ik weet dat ik iets ergens gelezen heb, wil ernaar refereren en kan het niet meer terugvinden. Toch niet genoeg aantekeningen gemaakt! Zoals voor de laatste nieuwsbrief. Bij lezing van het non-fictie boek Verzet van Chris Keulemans was ik getroffen door een zinnetje waarin hij zegt dat hij opschrijft wat mensen zeggen, maar meer zoals hij wilde dat ze het hadden gezegd. Oftewel: hij maakt de verwoording van een standpunt een beetje mooier, maar de boodschap blijft hetzelfde. Het is een schrijfopvatting die me opviel, ik had er nooit zo overnagedacht, ik had nog nooit gelezen dat een auteur dat zo duidelijk zegt. Ik hou daarvan. Het maakt het werk van de auteur transparanter en de houding van de lezer betrokken. Van deze lezer in ieder geval.

Ik dacht meteen: ‘oh, wat sympatiek’ en: ‘fijn, ik hoef me niet te verbazen over te mooi uitgesproken zinnen in realistische gesprekken.’ Het deed me ook denken aan de schrijfopvatting van Raoul de Jong, geformuleerd in De grootsheid van het al. Hij schrijft ergens dat hij het tot zijn taak als schrijver rekent om de werkelijkheid iets romantischer te maken voor de lezer. Omdat lezer en schrijver allebei wel weten dat de werkelijkheid niet zo mooi is. Tenminste: ik denk dat dat zijn redenering is. Ik kan het niet nazoeken. Ik liet het boek achter bij Luc, die nog tot juli in Madrid zit en nergens schreef ik de precieze quote op. In mijn boekenboek (mijn notitieboekje met aantekeningen over boeken) staat alleen: ‘Ik heb een goeie quote van hem gevonden over dat schrijvers het leven romantischer maken in hun boeken. Dat hij dat in ieder geval ziet als zijn taakopvatting.’ Daar heb ik wat aan. Ook het zinnetje van Keulemans kan ik niet meer terugvinden. Kennelijk heb ik het bij eerste lezing niet aangestreept. 

Waarom valt me dit op? Dat is de vraag die ik mezelf stelde. Waarom vind ik dit belangrijk? Het antwoord kwam meteen: omdat ik juist vaak bij romans denk dat het hartstikke mooi is dat iemand iets zo zegt, dat een plot zo afloopt, dat er een knip in de tijd zit op het moment dat een moeilijke situatie zich ontrafelt… maar in de werkelijkheid kan dat niet. Dat stoort me.

Ik stoor me niet zo snel aan science fiction elementen in boeken, maar een keurig geformuleerde zin in een noodsituatie in die science fiction roman kan me het boek doen wegleggen. Van mij kan in boeken tovenarij bestaan (graag zelfs!), maar niet als die magie alleen maar plotmoeilijkheden wegtovert. Ik hou van kindperspectieven, maar niet als dat kind ineens een goddelijk perspectief inneemt. Ik hou van lezen over de plek waar ik ben, maar niet wanneer die plek wordt beschreven op een manier die niet klopt, met weer dat niet spoort met de tijd van het jaar bijvoorbeeld. Sinds het lezen van De Jong en Keulemans begrijp ik het beter. De auteur weet net zo goed als ik dat hij me voor het lapje houdt, maar hij doet dat om mij een goed gevoel te geven… nauwkeuriger geformuleerd: om mij een bepaald gevoel te geven, ongeacht de werkelijke situatie. 

Ben ik nu tevreden? Nee. Intelligent en beredeneerd toegepast kan ik het nu waarderen. Bij De Jong en Keulemans bijvoorbeeld. Bij Yanagihara kan ik haar ingrepen in realisme in Een klein leven begrijpen en zelfs zeer waarderen. Maar in veel gevallen blijft het toch: vanwege die ingrepen is dat boek niks voor mij. Is het daarmee een slecht boek? Niet per se. De auteur schreef het boek gewoon niet voor mij, omdat ik lees om een andere reden. Welke reden, dat is voor een andere keer. 

In ieder geval twee aanraders: Chris Keulemans – Verzet en Raoul de Jong – De grootsheid van het al