Ik wil meer essays lezen. Nu is dit opschrijf weet ik niet meer waarom, maar het was een voornemen dat ik al lang koester. Ik kocht ook essaybundels om te lezen. Van Joan Didion, omdat Vivian Gornick me daar lekker voor had gemaakt met haar bespreking in The Situation and the Story. Ik ga niet opzoeken waarom of hoe. Het was een paar maanden geleden en ik liep in Groningen een paar boekhandels af om ze te vinden. Gevonden. Gekocht. Neergezet. Voorgenomen.
Nu is het januari, tijd van goede voornemens en ik heb een essay gelezen van Joan Didion. Zomaar eentje. Uit zomaar een van de bundels: Slouching towards Bethlehem. ‘On Keeping a Notebook’ heet het essay. Uitgekozen omdat ik gisteren bedacht dat het bijhouden van mijn notitieboek (in mijn huishouden mijn Zibaldone geheten, afgekort ZIB) me beter doet voelen en inspiratie geeft.
Het is een goed essay, vind ik. Omdat het een vraag onderzoekt zonder te eisen dat er een definitief antwoord komt. Het is inderdaad een essay, proberen een gedachte te vangen.
Mooie zinnen
‘Although I have felt compelled to write things down since I was five years old, I doubt that my daughter ever will, for she is a singularly blessed and accepting child, delighted with life exactly as life presents itself to her, unafraid to go to sleep, unafraid to wake up.’
Terwijl ik dat overtypte vroeg ik me af of er niet iets was met de dochter van Joan Didion. De Wikipediapagina van Blue Lights, de memoir over de rouw om die dochter nadat die is overleden, bevestigt me hierin. Het bevlekt mijn eerste lezing van het essay en doet me er weer aan denken dat wat je weet een ononderschatbare impact heeft op je leeservaring. Ik zal het essay nooit meer hetzelfde kunnen lezen.
Frappant is dat dit essay uit 1966 komt, het jaar dat haar dochter werd geboren volgens Wikipedia. Ze schrijft hier dus over een kind dat nog niet eens kan lopen, laat staan schrijven. Het kind is nog in de gezegende staat van onwetendheid, die sommige baby’s hebben. Mijn eerste baby had die staat ook vrij lang, maar die staat is nu vrij lang voorbij. Het kind wordt bijna 21. Het roept vragen op bij mij over hoe Didion haar moederschap zag als ze al zulke vergaande conclusies over haar dochter trok in het baby-stadium.
Maar. Mooie zinnen
‘[M]y approach to daily life ranges from the grossly negligent to the merely absent[.]’
Hier kan ik heel lang naar kijken. Ik overweeg om hem over te nemen in mijn ZIB. En daar is de vergelijking met het schrijven in een notitieboek van Didion. Haar notitieboeken staan vol losse zinnetjes, gehoord van mensen op straat, van vrienden, uit artikelen. Ze vraagt zich af: ‘waarom doe ik dat? Wat heb ik aan die zinnen? Ik gebruik ze helemaal niet.’ Geleidelijk aan vindt ze het antwoord: elk van die zinnen brengt haar terug naar de situatie waarin ze de zin hoorde en vaak hoort daar een gedachte bij die gaat over haar leven of het leven in het algemeen. Dat ene opgevangen zinnetje roept een scène op en die scène roept een filosofische observatie op. Mooi eraan vind ik dat juist de zin en het beeld die filosofische gedachte metaforisch overbrengen. Het zinnetje is al literatuur in feite.
Het doet me denken aan hoe ik me boeken herinner. Ik herinner me vaak een sfeer, een beeld, de plek waar ik het las, een detail van een personage… Ik heb alleen die herinnering nodig om het boek terug te halen en na te denken over de betekenis van de inhoud. Een fractie is genoeg.
Het bevreemdt me daarom dat mensen het plot navertellen als ik vraag wat iemand van een boek vond. Ik kan me niet inleven in een hoofd dat een boek onthoudt aan de hand van de verhaallijn. Stiekem denk ik dat die mensen niet datgene vertellen wat ze zich echt herinneren, maar wat ze denken dat ik nodig heb om het boek te snappen. Dat denken ze verkeerd.
Nog twee mooie zinnen
‘[W]e are talking about something private, about bits of the mind’s string too short to use, an indiscriminate and erratic assemblage with meaning only for its maker.’
En:
‘I think we are well advised to keep on nodding terms with the people we used to be, whether we find them attractive company or not.’
Losjes eindjes touw, die genoeg voor mij zijn om in contact te blijven met alle ikken die ik niet meer ben. Dat is een mooie omschrijving van mijn eigen Zibaldones. Ze helpen mij om al die eindjes aan elkaar te knopen tot mijn huidige ik. Mijn notitieboeken maken mij tot een geheel. Ze vormen mijn identiteit.
