Lot
over Boeken

Vorige week schreef ik dit op de Meta-kanalen:

Het is deze maand Jacob Israël de Haan-maand, daar kwam ik gisteren achter. Honderd jaar geleden werd deze schrijver/dichter vermoord. 120 Jaar geleden verscheen Pijpelijntjes, zijn roman die openlijk over homoliefde gaat. De eerste in de Nederlandse literatuur.
Voor mij is dit boek op veel manieren belangrijk, bijvoorbeeld omdat het over de buurt gaat waar ik opgroeide.
Een goed moment om dit boek te herlezen. Ik ga er de hele maand over doen. Op mijn site, instagram en hier zal ik verslag doen.
Hier zie je foto’s van mijn exemplaar, met foto’s uit kranten die ik er ooit in heb geplakt. Het rode stempel is mijn naam in het Chinees, mijn ex libris.
Ik ben nu op bladzijde 40. Meelezen? Stuur me een berichtje.

Na een week, ik ben nu op bladzijde 80, is dit mijn eerste associatie:
De Haan is onder andere bekend vanwege zijn kwatrijnen, waaronder de volgende.

Die te Amsterdam vaak zei ‘Jeruzalem’
En naar Jeruzalem gedreven kwam, 
Hij zegt met een mijmrende stem 
‘Amsterdam, Amsterdam.’

Herkenbaar gevoel. 

Laatst liep ik door de Pijp, waar de belangrijkste personages uit Pijpelijntjes, samenwonen. Ik groeide er op, in een huis dat doet denken aan het huis uit het boek. Sam en Joop wonen op een kamertje bij Juffrouw Meks, die een beletage en souterrain (vermoed ik) huurt van Juffrouw Bramer, de buurvrouw. In het huis wonen naast Sam, Joop en Meks ook nog 3 kinderen van Meks en dan wordt er nog een kamertje verhuurt. Ondanks de huidige woningnood is zo dicht op elkaar wonen haast niet meer voor te stellen. 

Toen ik als jonge tiener in aanraking kwam met Pijpelijntjes kon ik het me goed voorstellen. Niet omdat ik zo krap woonde, ik woonde met mijn moeder op een ruime etage op 3 hoog in de Rustenburgerstraat. We hadden met zijn tweeën een kamer en suite, een ruime keuken en 3 slaapkamers. De indeling was alleen onhandig. Alle kamers waren geschakeld. Om bij mijn kamer te komen moest ik door de woonkamer, de keuken en mijn moeders slaapkamer. Dat kwam doordat de etage vroeger 4 voordeuren had aan het gezamenlijke trappenhuis. Al die deuren, al die toegangen, hadden in de tijd van Pijpelijntjes verschillende bewoners. Het trappenhuis was als het ware de gang. Wij gebruikten één deur als voordeur, maar alle vier zaten ze er nog. De deur het dichtstbij de trap was dicht, daarachter was ons badkamertje gemaakt. Naast de deur, nog zichtbaar op de gang, was een overgeschilderd naambordje. ‘Tum’ stond erop. Die deur gaf toegang tot het achterhuis. In onze tijd: de badkamer, keuken, en onze slaapkamers. 

Beide delen van de kamer en suite hadden een eigen deur naar het trappenhuis en dan was er nog een deur naar een kleine kamer waarin alleen een bed en een kast pasten, een dienstbodekamertje wellicht. 

Voordat ik Pijpelijntjes leerde kennen, waren die deuren een abstract raadsel voor me. Door Pijpelijntjes kwamen de deuren en de mensen uit het verleden tot leven. 

En andersom geldt het ook. Als ik Pijpelijntjes lees wonen Sam en Joop in “mijn” woonkamer. De kippen en hond van Juffrouw Meks wonen in de donkere diepe achtertuin waarop we uitkeken. Ik hoor hoe de stem van Meks binnengalmt als Joop zit te werken met het raam open. Het boek van De Haan, met zijn mooie taalgebruik om geluid, licht en sfeer te beschrijven, verdiept de herinneringen die ik heb aan dat huis in De Pijp. Toen ik er opgroeide wilde ik graag weg uit de Pijp, ik ging in Groningen studeren. Maar met Pijpelijntjes op mijn schoot mijmer ik: De Pijp, De Pijp…

(De foto is van mijn ouderlijk huis in De Pijp in 1996)

Waarom ik nog steeds reisgidsen koop.

Pinksteren is voorbij, dus de laatste landerige eindjes voor de zomervakantie zijn aangebroken. De plannen voor de vakantie zijn gemaakt, campings gereserveerd, vluchten geboekt… whatever. Tijd voor voorpret. 

Voor mij hoort daar het kopen van een reisgids bij. Nog steeds. Ook in deze tijden van google, instagram en overal wifi. De reistips bevolken de sociale media, iedereen fotografeert de hoogtepunten en geeft sterren aan de bezienswaardigheden. Maar ik kijk liever in een boekje.

Ouderschap

Reizen is in een bepaald opzicht net als moeder worden. Je betreedt onbekend gebied, maar de meeste mensen hebben het al eens gedaan of hebben het in hun omgeving gezien. Iedereen heeft er een mening over en iedereen denkt dat hun ervaring van toepassing is op anderen. 

Na de geboorte van onze eerste gaf onze nuchtere, Groningse kraamverzorgster op de laatste dag een advies dat me tot de dag van vandaag is bijgebleven: kies één iemand die je vertrouwt en luister alleen naar diens adviezen over je kind. 

Dat heb ik gedaan. Te midden van het gekrakeel over wat het beste was voor mijn kind of hoe men moet opvoeden, luisterde ik steeds naar één iemand. Mijn kinderen zijn nu 19 en 15. In de loop van de jaren koos ik nieuwe adviseurs, voor elk kind, voor elke fase. De leidster van het kinderdagverblijf. De vader op de basisschool. De medewerkster van het ouder-kindcentrum. De tante. Deze zeer verschillende mensen hebben een ding gemeen: ze hebben een visie op mensenkinderen die ik deel en wil kunnen toepassen op mijn opvoeding.

Helaas ken ik niet in op al mijn reisbestemmingen gelijkgestemde reizigers. Daarom koop ik een reisgids die bij mijn manier van reizen past. Een wijze vriend voor in mijn tas. 

Niet alleen maar Time to Momo

Voor mij, stedentripper, snuiver van lokale cultuur, zijn dat de gidsjes van Time to momo. Elke gids heeft andere auteurs, maar hetzelfde stramien: wandelingen door de stad langs bezienswaardigheden, leuke plekken om te eten en te winkelen. Naast wandelingen langs de highlights zijn er routes langs de minder toeristische wijken en plekken. De wandelingen dienen me tot inspiratie. Ik neem er een als uitgangspunt en ga daarmee in de hand dwalen. En nooit stelt Time to momo teleur! In Berlijn vond ik een fantastisch underground vegetarisch restaurant, in Parijs leidde het hotel uit het gidsje tot een onvergetelijke avond in een eetcafé, in Madrid vond ik een plek waar ik me thuis voelde en in Lyon liep ik verborgen steeg na verborgen steeg af. En zo kan ik doorgaan…

Dit is geen gesponsorde advertentie voor Time to Momo. Van mij hoef je hierna niet naar de winkel te rennen om alleen nog maar momo-gidsjes te kopen. Het is wel een pleidooi om te zoeken naar de reisgidsenreeks die bij jouw manier van reizen past. Advies daarover nodig? Ga naar je lokale (reis)boekhandel! Of boek bij mij een boekenspreekuur, dan stellen we ook nog een leeslijst voor je vakantie samen. 

Fijne voorpret! 

Anderhalve week geleden rondde ik de cursus in Oegstgeest af. De groep was enthousiast en leergierig, elke avond bruiste het, ookal knarsten de hersenen. Eén vraag kwam steeds terug: haal jij al deze elementen eruit in één keer lezen? Naar aanleiding daarvan schreef ik een stukje over lezen, aantekeningen en terugvinden wat je bedacht.

Haal ik alle analyse uit één keer lezen? Ja en nee. Ik ben een hyperbewuste lezer, dat heb ik me gerealiseerd in 12 jaar leesclubs begeleiden. Het is mijn talent. Ik roep al meer dan 20 jaar dat het enige dat ik goed kan begrijpend lezen is. Daarnaast train ik dit talent al jaren, zeker sinds het begin van het ontwikkelen van de DIEP LEZEN cursus. Ik maak steeds meer aantekeningen in mijn boeken, meer dan ooit vallen me de kleinste veranderingen in toon, perspectief, vertelwijze op. In de loop van de tijd is daardoor mijn mening over boeken genuanceerder geworden, gelaagder, uitgebreider. Ik kan steeds beter vertellen wat er mooi is aan een boek. En dat gaven de deelnemers van de cursus in Oegstgeest mij ook aan: ze kunnen nu beter zeggen waarom ze een boek mooi vinden. Of niet mooi. 

Tegelijkertijd vallen me bij herlezing altijd nieuwe dingen op. Nog erger: ik weet dat ik iets ergens gelezen heb, wil ernaar refereren en kan het niet meer terugvinden. Toch niet genoeg aantekeningen gemaakt! Zoals voor de laatste nieuwsbrief. Bij lezing van het non-fictie boek Verzet van Chris Keulemans was ik getroffen door een zinnetje waarin hij zegt dat hij opschrijft wat mensen zeggen, maar meer zoals hij wilde dat ze het hadden gezegd. Oftewel: hij maakt de verwoording van een standpunt een beetje mooier, maar de boodschap blijft hetzelfde. Het is een schrijfopvatting die me opviel, ik had er nooit zo overnagedacht, ik had nog nooit gelezen dat een auteur dat zo duidelijk zegt. Ik hou daarvan. Het maakt het werk van de auteur transparanter en de houding van de lezer betrokken. Van deze lezer in ieder geval.

Ik dacht meteen: ‘oh, wat sympatiek’ en: ‘fijn, ik hoef me niet te verbazen over te mooi uitgesproken zinnen in realistische gesprekken.’ Het deed me ook denken aan de schrijfopvatting van Raoul de Jong, geformuleerd in De grootsheid van het al. Hij schrijft ergens dat hij het tot zijn taak als schrijver rekent om de werkelijkheid iets romantischer te maken voor de lezer. Omdat lezer en schrijver allebei wel weten dat de werkelijkheid niet zo mooi is. Tenminste: ik denk dat dat zijn redenering is. Ik kan het niet nazoeken. Ik liet het boek achter bij Luc, die nog tot juli in Madrid zit en nergens schreef ik de precieze quote op. In mijn boekenboek (mijn notitieboekje met aantekeningen over boeken) staat alleen: ‘Ik heb een goeie quote van hem gevonden over dat schrijvers het leven romantischer maken in hun boeken. Dat hij dat in ieder geval ziet als zijn taakopvatting.’ Daar heb ik wat aan. Ook het zinnetje van Keulemans kan ik niet meer terugvinden. Kennelijk heb ik het bij eerste lezing niet aangestreept. 

Waarom valt me dit op? Dat is de vraag die ik mezelf stelde. Waarom vind ik dit belangrijk? Het antwoord kwam meteen: omdat ik juist vaak bij romans denk dat het hartstikke mooi is dat iemand iets zo zegt, dat een plot zo afloopt, dat er een knip in de tijd zit op het moment dat een moeilijke situatie zich ontrafelt… maar in de werkelijkheid kan dat niet. Dat stoort me.

Ik stoor me niet zo snel aan science fiction elementen in boeken, maar een keurig geformuleerde zin in een noodsituatie in die science fiction roman kan me het boek doen wegleggen. Van mij kan in boeken tovenarij bestaan (graag zelfs!), maar niet als die magie alleen maar plotmoeilijkheden wegtovert. Ik hou van kindperspectieven, maar niet als dat kind ineens een goddelijk perspectief inneemt. Ik hou van lezen over de plek waar ik ben, maar niet wanneer die plek wordt beschreven op een manier die niet klopt, met weer dat niet spoort met de tijd van het jaar bijvoorbeeld. Sinds het lezen van De Jong en Keulemans begrijp ik het beter. De auteur weet net zo goed als ik dat hij me voor het lapje houdt, maar hij doet dat om mij een goed gevoel te geven… nauwkeuriger geformuleerd: om mij een bepaald gevoel te geven, ongeacht de werkelijke situatie. 

Ben ik nu tevreden? Nee. Intelligent en beredeneerd toegepast kan ik het nu waarderen. Bij De Jong en Keulemans bijvoorbeeld. Bij Yanagihara kan ik haar ingrepen in realisme in Een klein leven begrijpen en zelfs zeer waarderen. Maar in veel gevallen blijft het toch: vanwege die ingrepen is dat boek niks voor mij. Is het daarmee een slecht boek? Niet per se. De auteur schreef het boek gewoon niet voor mij, omdat ik lees om een andere reden. Welke reden, dat is voor een andere keer. 

In ieder geval twee aanraders: Chris Keulemans – Verzet en Raoul de Jong – De grootsheid van het al

Ik lees stapels boeken. In 2023 las ik 32 boeken uit. Tot vandaag las ik in 2024 24 boeken uit. Ik heb nu meer tijd om te lezen, dat staat vast.

Maar er is nog een andere reden voor deze leestoename. Toen ik de winkel had, las ik op de huid van de tijd. Ik moest lezen wat recent was verschenen. Dat vond ik belangrijk en dat verwachtten de klanten van mij. Het was heerlijk: nieuwe boeken kreeg ik van uitgeverijen. Ik kon overal over meepraten en ik wist van de boeken in mijn winkel genoeg om te kunnen aanraden.  

Het is ook een beperking. Veel boeken die uitgevers aan mij willen slijten hoef ik niet per se te lezen. Wat er momenteel verschijnt past niet echt bij mij. 

Bovendien is het benauwend om het gevoel te hebben dat een boek dat meer dan een half jaar oud is, er niet meer toe doet. Dat ik daar geen tijd aan mag besteden. Of misschien een half jaar nog wel, maar een jaar? 2 Jaar? 10 jaar? Ik stond mezelf die luxe maar beperkt toe.

Ik ben een herlezer. Op alle mogelijke manieren. Ik probeer graag oude favorieten nog eens uit om te zien of ze de tand des tijds doorstaan. Als ik erg moe of ziek ben vlucht ik graag in een reeds bekende detective. Ik heb thuis planken vol klassiekers: Agatha Christie, Simenon, Ngaio Marsh, Havank, Dorothy Sayers, Donna Leon… Sommige herlas ik al 10 keer. Ik herlees ook zomaar, omdat ik een boek opensla en ineens weer gegrepen wordt door het verhaal, de stijl, doordat ik me realiseer dat ik het boek nu anders of beter begrijp… Ze trok ik vorige week De tweede slaap van Robert Harris uit de kast, om mijn geheugen op te frissen voor de uitwerking van een boekenspreekuur. Voor ik het doorhad was ik in hoofdstuk 2. Wat kan die man schrijven! 

Herlezen was ook een luxe toen ik de winkel had. Ik stond het mezelf mondjesmaat toe. De verkleurde pagina’s van mijn geliefde detectiefjes sloeg ik nog sporadisch open en als ik dat deed dan kon ik me er amper aan overgeven. 

Dit alles was me zo gewoon geworden dat ik vergat hoe erg me dit beperkte. Zelf kiezen wat ik wil lezen, me laten leiden door mijn luimen in plaats van de luimen van de winkel: ik was vergeten hoe belangrijk dat is voor mijn leesplezier. Hoeveel meer ik daardoor ga lezen. 

Het leesplezier dook meteen op toen ik de deur van de winkel achter me had gesloten. De 10 jaar ontwenning viel weg.

 Daar ga ik dus nu. Ik herlees mijn zesde boek. 10 van de 24 gelezen boeken zijn al langer dan 5 jaar geleden verschenen. Ik laat me leiden door mijn luimen en door wat ik tegenkom in boekhandels, media of andere boeken om mijn volgende titel te kiezen… wat een rijkdom! 

Er is één nadeel. Ik koop me suf aan boeken. Vorige week 4 titels via boekwinkeltjes.nl. Woensdag een strip bij de Rijnlandse Boekhandel en eerder die dag een boek voor de DIEP LEZEN cursus bij Scheltema… Het wordt tijd dat ik mijn boekenkast weer eens ga uitmesten. Wil iemand toevallig een paar van mijn boeken kopen? 😉

Mijn opinieartikel voor De Volkskrant, gepubliceerd 15 maart 2024

In Nederland draait de literaire cultuur om het zijn van schrijver. De lezer wordt vergeten. 

Nederland maakt zich klaar voor de Boekenweek, het feest rond het boek. Het is nodig om boeken in het zonnetje te zetten, want het gaat al jaren slecht met het lezen in Nederland. Het modewoord ontlezing is een blijvertje in de media. Onderzoeken lijken uit te wijzen dat in Nederland steeds minder en steeds slechter gelezen wordt. Het gaat niet goed op scholen, uitgeverijen verkeren in zwaar weer en de algemene indruk is dat boekhandels dreigen te verdwijnen. Om het tij te keren moet het lezen leuker gemaakt worden. 

Daar hebben leesbevorderaars, inclusief media, uitgeverijen, de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (De CPNB), organisator van de Boekenweek, iets op gevonden: De Schrijver!

Schrijvers zijn overal. Elk weekend staan de kranten vol met interviews over hun leven.  Ze worden op televisie aan het woord gelaten over hun werk en andere onderwerpen. Ze vertellen in klassen over literatuur en brengen leerlingen schrijftechnieken bij. In boekhandels worden schrijvers ingezet om de winkel glamour te geven. Influencers en bekende Nederlanders brengen boeken uit. Het is een succes! Boeken staan volop in de belangstelling: iedereen wil er eentje… schrijven. 

De CPNB doet daar nog een schepje bovenop: in de aanstaande Boekenweek is het geschenk Gezinsverpakking geschreven door een familie, de familie Chabot. Het thema is ‘Bij ons in de familie’. Niet de kwaliteit van het boek is de reden om het cadeau te geven, niet de kwaliteit van de auteurs, maar het feit dat een familie gezamenlijk een boek schrijft. 2 van de 6 gezinsleden hebben nooit een boek geschreven, maar dat is kennelijk niet erg. Schrijven kan iedereen is de boodschap. Dus koop een boek in de Boekenweek en je krijgt een schrijversdroom cadeau!

Wat een vreemde keus. Wat een heilloze weg. Lezen stimuleren door het schrijverschap op een voetstuk te zetten. We hebben geen tekort aan boeken, we hebben een tekort aan kopers van boeken, aan lezers. We hebben niet meer schrijvers, maar meer ambassadeurs van het lezen nodig! 

Lezen krijgt nu alleen aandacht als belangrijke en nuttige vaardigheid, die blijkbaar heel moeilijk is aan te leren op scholen. Lezen is kennelijk niet leuk. Boeken zijn boring. Lezen is elitair, lui en uit de tijd, dat doe je niet voor je plezier. 

Maar lezen is heerlijk! En dat is niet moeilijk aan de man te brengen. Kijk maar naar Bookstagram. Daar wordt lezen omarmd. Bookstagrammers delen plaatjes van hun boekenkasten, hun leeshoekjes en hun boekenstapels. Ze delen boekentips en praten met elkaar over leeservaringen. Ze dragen met elke post uit: I’m proud to be a reader.

Lezen heeft bovendien veel voordelen: je hoeft er niet creatief voor te zijn, je kan het overal doen, je hebt er weinig voor nodig en het brengt je zoveel. Het is milieuvriendelijk in vergelijking met veel andere tijdverdrijven en relatief goedkoop. Boeken kun je op veel plekken gratis meenemen. En er is voor elke boekensmaak wat wils.

Lezen biedt verrijking, herkenning, verbeelding, ontspanning en vrijheid. Verrijking omdat je in aanraking komt met gewoontes en culturen die je niet kent. Herkenning in wereldbeeld, gevoel of ervaring. Verbeelding in de film die je maakt in je hoofd. Ontspanning omdat je even losraakt van de beslommeringen van je eigen leven. En vrijheid! De lezer kan met het verhaal doen wat hij wil. Soms biedt een boek dat alles tegelijk, soms een combinatie. Maar ontspanning alleen al is een aanbeveling in onze burnoutmaatschappij.

Laten we dat met zijn allen uitdragen. Laten we lezen. Overal. Laat de CPNB een campagne beginnen met de hashtag #ikleesoveral. Laten we meer plaats geven aan bevlogen en enthousiaste lezers in media en leesbevordering. De leestafel in cafés in ere herstellen. Vraag bij de koffieautomaat: ‘Wat ben jij aan het lezen?’ Niet om daarmee te laten zien hoe intellectueel je bent, maar omdat je weet hoe heerlijk het is om even uit deze razende wereld te verdwijnen. Opdat gelezen boeken en leeservaringen weer het gesprek van de dag worden. Ook voor schrijvers is dit beter, want: je wil toch gelezen worden? Uiteindelijk is lezen beter voor iedereen!

Ah vakantie! Na het afronden van Over het water en het opstarten van Lot over Boeken ging ik even op vakantie. Per trein door Europa met als verste bestemming Madrid. Daar bezocht ik Luc, ex-werknemer van Over het water, mede-podcastmaker en kind. Oh, wat is de trein toch een goed vervoermiddel voor een boekenwurm!

Ik bezocht onderweg Parijs, Lyon, Montpellier en Valence. Op bankjes in parkjes in prille lentezon las ik en in cafés met koffie of lichte witte wijn en attente obers. Heerlijk! Heerlijk! Ik las 7 boeken in 10 dagen.

De verrassing van de vakantie:

De grootsheid van het al van Raoul de Jong (eerste uitgave 2013)

Hij wandelde zonder voorbereiding naar Marseille en schrijft er vrolijk, liefdevol en enthousiast over, zelfs wanneer het tegenzit. Een aanrader.

Maart is de maand van de Boekenweek. Toen ik de winkel had gaf me dat stress. Van boekhandels wordt veel verwacht tijdens de Boekenweek. Door klanten, uitgeverijen, de media… Het moet feest zijn, er worden activiteiten verwacht en dan nog het thema! Elk jaar bedenkt het reclamebureau van het boekenvak, het CPNB er een. Ik herinner me nog het thema Duitsland en een andere boekhandel waar het personeel gekleed ging in lederhosen en dirndl-jurkjes…

Dit jaar is het thema ‘Bij ons in de familie’. Dit jaar heb ik geen stress, maar ik kon niet laten tips te verzinnen…

Een makkelijk thema: de meeste boeken gaan in zekere mate over familie. Handig! Maar toen ik erover ging nadenken bleef het stil in mijn hoofd. Alle boeken die bij me opkwamen gingen over disfunctionele families, toch niet echt gezellig. Gelukkig bood de boekenkast uitkomst.

Daar vond ik Het zigzagkind van David Grossman, een feelgood familieroman. Het is tijd voor Nono’s Bar Mitzwa. Hij wordt in aanloop naar deze feestelijke dag  door zijn vader en de huishoudster (van wie Nono hoopt dat ze zijn moeder wordt) op de trein gezet naar zijn vervelende oom. Wat een onrecht! Hij heeft toch niets fout gedaan? Onderweg echter gebeurt er van alles waardoor hij familiegeheimen en familieleden op het spoor komt… De kunst van Grossman is dat hij de magie van het kinderdenken heeft vastgehouden in een boek voor volwassenen. Jammer genoeg heeft het boek al 12 jaar hetzelfde lelijke omslag, maar gelukkig is het nog in druk!

Wat is familie?

In Het zigzagkind gaat het om de vraag wat familie is. Zijn dat mensen met wie je een bloedband hebt of mensen bij wie je thuis bent? Voor mij is familie dat tweede. Een thema dat in mijn leven speelt, maar zeker ook in de huidige samenleving bij veel  gezinsverbanden.

Eke Krijnen, vaste klant van Boekhandel Over het water, schreef Een echte ouder over moderne vormen van familie. Haar uitgangspunt is haar eigen situatie: zij en haar partner hebben twee kinderen met een bevriende man. Ze zijn alle drie de ouders, maar dat past niet in onze regelgeving en het maatschappelijk denkraam.  Het kreeg 4 ballen in NRC. Ik ben het aan het lezen.

Ook mijn tip uit de vorige nieuwsbrief gaat over familieliefde tussen mensen die geen bloedband hebben: Pleegkind van Claire Keegan. Daar noemde ik ook een roman over bloedverwanten: Vertel het niet aan je broer van Meir Shalev. Inmiddels las ik het uit. Twee broers brengen elk jaar één nacht drinkend en pratend door, wanneer  de een de ander vanuit Amerika opzoekt. Hun band is overduidelijk, hun karakters schuren en toch houden ze vast aan dit ritueel, jaar na jaar. Met alle liefde, gebbetjes en irritatie die erbij horen. Geen perfecte roman, maar in zijn onafheid een levensecht verhaal over familie.  Zie ernaar uit om dit boek te bespreken in de Huiskamerleesclubs!

Nog eentje! Zonder familie!

Bij Das Mag verscheen in januari Moderne natuur van filmmaker Derek Jarman (1942-1994). Het verscheen in het Engels in 1991. Ik las het toevallig vorig jaar en nu is de vertaling dus uit.

Hij schreef in 1989-1990 een dagboek over zijn tuin op de rand van zee en land, onder de rook van de kerncentrale van Dungeness, Engeland. Hij verwerkt in het dagboek ook zijn HIV-diagnose.  Zeer de moeite waard, dit kleinood van leven, zowel plantaardig als menselijk, tegen de klippen op.